Eenmanszaak

Zoals uit de naam al blijkt, wordt de eenmanszaak opgericht en gedreven door één persoon.

Natuurlijk is de eenmanszaak, net zoals elke onderneming, een duurzame combinatie van kapitaal en arbeid, met als oogmerk het maken van winst. U kunt natuurlijk wel personeel in dienst nemen.

 

Voordelen

Het grote voordeel van de eenmanszaak voor u als ondernemer is dat u volstrekt zelfstandig kan

handelen, naar eigen inzicht kan beslissen en uw eigen werktempo kan bepalen. Over de winst betaalt u inkomstenbelasting en voor de rest bepaalt u zelf of u uw geld in de zaak steekt, gaat beleggen of opmaakt. Voor de oprichting van de eenmanszaak komt weinig kijken; geen statuten, geen kapitaalstorting.

 

Nadelen

De eigenaar van eenmanszaak is met heel zijn zakelijke en privé-vermogen aansprakelijk voor schulden van de zaak (en als u in gemeenschap van goederen bent getrouwd dan ook nog met dat van uw partner). Omgekeerd kunnen privéschuldeisers hun vorderingen verhalen op het vermogen van de onderneming. Het faillissement van de ondernemer betekent meteen het faillissement van de ondernemer in privé.

 

Via de belasting verzekerd voor ziektekosten en arbeidsongeschiktheid

Als u gaat starten met een eenmanszaak en u bent jonger dan 65 jaar, dan bent u verplicht verzekerd voor arbeidsongeschiktheid via de WAZ (Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen) en onder bepaalde voorwaarden voor ziektekosten via de Ziekenfondswet.

 

Ziekenfonds

Met ingang van 1 januari 2000 geldt de Ziekenfondswet (Zfw) ook voor kleine zelfstandigen. U bent verplicht verzekerd voor de Zfw als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

 

1) u bent als zelfstandige verzekerd volgens de WAZ;

2) u bent jonger dan 65 jaar;

3) u geniet winst uit een door uzelf feitelijk gedreven onderneming;

4) uw gemiddelde belastbare inkomen is niet meer dan € 19.650,-.

 

Het gemiddelde belastbare inkomen wordt in principe berekend over de periode van het vijfde tot en met derde jaar voorafgaand aan het jaar van verzekering.

Als u in 2018 een onderneming gaat starten, wordt in overleg met u en de

belastingdienst uw gemiddeld geschat belastbaar inkomen geschat en ontvangt u een verklaring waarin staat of u voldoet aan de voorwaarden voor de verplichte ziekenfondsverzekering.

 

Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)

U bent verplicht verzekerd voor de WAZ als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

 

1) u werkt als zelfstandig ondernemer eventueel naast een loondienst functie;

2) u bent jonger dan 65 jaar.

 

De belasting stuurt u jaarlijks een aparte (voorlopige) aanslag WAZ. Met de WAZ bent u in beginsel verzekerd van een uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid, tijdens zwangerschap en de eerste tijd na de bevalling.

Bij arbeidsongeschiktheid ontvangt u in het eerste jaar geen uitkering.

De hoogte van de uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid is maximaal 70% van het minimumloon. Zorg daarom zelf nog voor een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering. De premie WAZ bedraagt in 2017 5,94% van uw premie-inkomen (winst uit onderneming).

Voor de WAZ geldt een maximum premie-inkomen van € 38.118,-. Boven dit bedrag hoeft u geen premie te betalen. Ook over het eerste deel van uw premie-inkomen betaalt u geen premie. Het premievrije bedrag is in 2017 € 13.160,-. Als uw inkomen onder het premievrije bedrag blijft, betaalt u geen premie WAZ. U bent dan wel gewoon verzekerd.

 

Belastingen

Over de winst uit de eenmanszaak betaalt u inkomstenbelasting. Vanaf januari 2001 is in Nederland het zogenaamde boxenstelsel in de inkomstenbelasting ingevoerd. Elke gulden die u verdient, valt in één van de drie boxen.

Een onderlinge verrekening is niet mogelijk. De inkomstenbelasting van iedere Nederlander is gebaseerd op een stelsel dat niet bestaat uit één, maar drie belastbare inkomens. Deze inkomens zijn ondergebracht in drie ‘boxen’ met elk een eigen tarief.

Box 1: belastbaar inkomen uit werk (ook eigen bedrijf) en woning (progressief tarief).

Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (vast tarief van 25%).

Box 3: belastbaar inkomen uit vermogen (vast tarief van 30%).

 

Elk soort inkomen is maar in één box belast, zodat geen sprake kan zijn van dubbele belastingheffing.

Dat betekent ook dat als het inkomen in een box negatief is, het niet meer verrekend kan worden met een positief inkomen in een andere box. Wel is binnen dezelfde box verrekening mogelijk met een positief inkomen van vorige of komende jaren.

Als u bijvoorbeeld in uw startjaar 2017 een negatief inkomen heeft uit uw onderneming dan

kunt u dit verrekenen met toekomstige positieve inkomens of uw positieve inkomen uit 2018.

 

Box 1: Werk en woning

In box 1 zit het inkomen uit werk (loondienst) en inkomsten uit de eigen woning huurwaardeforfait).

In feite dus het hele voormalige belastbare inkomen, minus de inkomsten uit aanmerkelijk belang en uit vermogen. Dus ook de winst uit onderneming valt in box 1, zolang het niet voortkomt uit een aanmerkelijk belang (meer dan

5%) in een vennootschap.

Valt in box 1:

  • loon uit dienstverband;
  • de eigen woning die hoofdverblijf is;
  • inkomsten uit overige werkzaamheden (bijvoorbeeld inkomen uit freelance werkzaamheden);
  • winst uit onderneming;
  • periodieke uitkeringen en verstrekkingen;
  • negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen.

 

Over uw inkomsten uit box 1 heeft u recht op diverse heffingskortingen zoals de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en bijvoorbeeld in voorkomende gevallen de kinderkorting. Hoewel er flink geschrapt is in de aftrekposten zijn er (naast de hypotheekrente) nog een paar aftrekposten over:

  • uitgaven voor inkomensvoorzieningen (bijvoorbeeld lijfrentepremie, gemaximeerd indien er geen pensioentekort is);
  • uitgaven voor kinderopvang;
  • persoonsgebonden aftrek (bijvoorbeeld: zelfstandigenaftrek, startersaftrek investeringsaftrek)
  • te verrekenen verliezen uit werk (eigen bedrijf).

 

Box 2: Aanmerkelijk belang

In box 2 worden inkomsten uit aanmerkelijk belang ondergebracht. Van een aanmerkelijk belang is sprake als iemand tenminste 5% van de aandelen van een BV of NV bezit.

 

Box 3: Inkomsten uit vermogen

In box 3 wordt het inkomen uit vermogen (ook sparen en beleggen) belast.

 

Beschikking kleine zelfstandigen

Vanaf 1 januari 2001 kunnen ‘kleine’ ondernemers bij de belastingdienst een beschikking aanvragen om aangemerkt te worden als kleine zelfstandige.

Hiermee moet een einde komen aan de onduidelijke situatie waarin veel zelfstandigen zonder personeel terechtkomen, omdat ze bijvoorbeeld een lange tijd voor één opdrachtgever

of een vroegere werkgever werken. Zowel de belastingdienst als het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV) zetten in dit soort gevallen vraagtekens bij het eigen baas zijn.

 

Van eenmanszaak naar BV

Het is mogelijk uw eenmanszaak om te zetten naar een BV. U zult zich eerst moeten afvragen of de omzetting voor u een juiste keuze is. Dit kunt u doen aan de hand van een aantal vragen.

Over het algemeen wordt de grove vuistregel gehanteerd dat bij een nettowinst van ruim meer dan € 91.000,- er een kans is dat de BV-vorm u geld oplevert. De omzetting op zich van een eenmanszaak in een BV heeft verschillende fiscale gevolgen. Raadpleeg hierover uw accountant en/of belastingadviseur.

 

Oprichting

De oprichting van een eenmanszaak is vormvrij. Er hoeft dus geen akte te worden opgemaakt.

Inschrijving van de eenmanszaak in het handelsregister is verplicht.

Dit geldt echter niet voor personen die een vrij beroep uitoefenen zoals bijv. artsen, notarissen, advocaten of fysiotherapeuten.